Skip to main content
De stad van morgen bouwen we vandaag

HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
HOOFDSTUK II. - Taken en bevoegdheden.
HOOFDSTUK III. - Bestuur en werking.
Sectie 1. - De beheersovereenkomst.
Afdeling 2. - De bestuursorganen.
Onderafdeling 2. - De raad van bestuur.
Onderafdeling 3. - Delegatie van bevoegdheden.
HOOFDSTUK IV. - Financiële middelen.
HOOFDSTUK V. - Administratief toezicht.
HOOFDSTUK Vl. - Andere bepaling.
HOOFDSTUK VII. - Opheffen, overgangs- en slotbepalingen.

HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1. Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.

Art. 2. De benaming van de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij voor het arrondissement Brussel-Hoofdstad, opgericht op grond van artikel 15 van de wet van 15 juli 1970, wordt gewijzigd en wordt de volgende: Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, hierna GOMB genoemd.
De GOMB is een publiekrechtelijke instelling met rechtspersoonlijkheid.
 De statuten van de GOMB worden vastgesteld door de algemene vergadering en worden om goedkeuring voorgelegd aan de Regering.x mainf
 Voor wat door de huidige ordonnantie niet geregeld is, zijn de bepalingen van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen toepasselijk. De door de Regering vastgestelde statuten kunnen er evenwel van afwijken door aan de raad van bestuur de ruimste bevoegdheden toe te kennen en aan de algemene vergadering slechts beperkte en uitdrukkelijk opgesomde bevoegdheden op te dragen.

HOOFDSTUK II. - Taken en bevoegdheden.

Art. 3. De GOMB vervult opdrachten inzake economische ontwikkeling en stadsvernieuwing op het grondgebied van het Gewest. Overeenkomstig haar opdrachten is de GOMB verplicht jaarlijks, en uiterlijk op 30 juni van elk jaar, een activiteitenverslag en een nota met vooruitzichten op te stellen ter attentie van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad.

Art. 4. Inzake economische ontwikkeling is de GOMB belast met de bevordering van de oprichting van nieuwe ondernemingen en de ontwikkeling van de bestaande ondernemingen in het bijzonder door de vestigingsmogelijkheden van industriële, ambachtelijke en dienstverlenende ondernemingen te vergroten, door bedrijvenzones en bedrijfsgebouwen tot stand te brengen en te beheren en door informatie- en coördinatiediensten te ontwikkelen.
Met het oog op de vervulling van deze opdrachten beschikt de GOMB over een algemeen recht voorstellen te formuleren, impulsen te geven en coördinerend op te treden in zaken met betrekking tot de promotie van de economische bedrijvigheid.
De GOMB kan ter verwezenlijking van de in het eerste lid opgesomde opdrachten:

  1. onroerende goederen verwerven, verkopen, huren, verhuren, ruilen, in vruchtgebruik geven of in beheer nemen. Zij kan terreinen uitrusten met de nodige infrastructuur, gebouwen optrekken, renoveren of afbreken. Bovendien kan zij tevens afstand doen van eender welk zakelijk recht dat op deze onroerende goederen rust of ze met erfdienstbaarheden en lasten bezwaren;
  2. alle investeringen uitvoeren of laten uitvoeren;
  3. acties ondernemen op basis van een gemengd private en openbare financiering;
  4. studies uitvoeren of laten uitvoeren welke noodzakelijk zijn voor het verder vervullen van haar opdrachten.

Art. 5.

§ 1. Binnen de perken van haar financiële mogelijkheden richt de GOMB inzake stadsvernieuwing woningen en gebouwen op met een ambachtelijke, commerciële, gemeenschappelijke of dienstverlenende functie die noodzakelijk is binnen een complex van woningen. Deze onroerende goederen moeten worden gebouwd in gebieden waar een tekort aan woningbouw vastgesteld wordt en die gekenmerkt zijn, hetzij door een sterk verval van het gebouwenpatrimonium, hetzij door de aanwezigheid van onbebouwde gronden die herverkaveld moeten worden of bouwrijp moeten worden gemaakt.
§ 2. Met het oog op de vervulling van deze opdracht beschikt de GOMB over een algemeen recht om voorstellen te formuleren, impulsen te geven en coördinerend op te treden in voorstellen naar de private sector toe alsmede naar de diverse overheden.
§ 3. Met het oog op de verwezenlijking van de in de § 1 van onderhavig artikel vastgestelde opdracht kan de GOMB:

  1. gebouwen optrekken, al dan niet bebouwde onroerende goederen verwerven, inrichten, renoveren, beheren, verhuren, verkopen, afstand doen van eender welk zakelijk recht dat er op rust of ze met erfdienstbaarheden en lasten bezwaren. De GOMB dient er op toe te zien dat criteria van architecturale aard of van ruimtelijke ordening worden opgesteld welke een harmonieus leven in en rondom de door haar ter beschikking gestelde woningen verzekeren;
  2. al dan niet bebouwde onroerende goederen uitrusten, huren of inbrengen en iedere concrete handeling stellen om private of overheidsinvesteringen te bespoedigen of uit te breiden;
  3. studies uitwerken welke noodzakelijk zijn voor het verder vervullen van haar opdrachten.

Bovenstaande actiemogelijkheden mogen slecht aangewend worden voor de uitoefening van de bevoegdheden welke in § 1 van onderhavig artikel uitdrukkelijk aan de GOMB worden toegewezen.

Art. 6. Het Gewest of ook een gemeente kunnen specifieke opdrachten toevertrouwen aan de GOMB. Deze specifieke opdrachten, welke al naargelang het geval worden uitgevoerd op kosten van het Gewest of de gemeente, houden verband met de opdrachten die de GOMB vervult inzake economische ontwikkeling en stadsvernieuwing.
De GOMB, wanneer ze op basis van die bepaling optreedt, behoort technische bijstand te verlenen en handelt namens en voor rekening van de opdrachtgevende overheid.
Art. 7.

§ 1. De GOMB kan, met het oog op de verwezenlijking van baar opdrachten, door de Regering gemachtigd worden om de onteigening na te streven van onroerende goederen ten algemenen nutte, zelfs door middel van de methode van onteigening per stroken.
Het algemeen nut van de onteigening kan alleen worden aangevoerd voor de projecten bedoeld in artikel 4, derde lid, 1° en 5, § 1.
De GOMB kan slechts overgaan tot de onteigeningsprocedure bij hoogdringendheid, indien ze uitdrukkelijk motiveert om welke redenen de onmiddellijke inbezitneming van het onroerend goed of de onroerende goederen onontbeerlijk is voor het algemeen nut.
§ 2. Voor het berekenen van de waarde van de goederen onteigend in het kader van stadsvernieuwing wordt geen rekening gehouden met de meerwaarde of minwaarde die een gevolg is van de beslissing van de Regering tot vaststelling van het meerjarig investeringsplan bedoeld in artikel 20, § 3.

Art. 8. De GOMB dient een vervangingswoning aan te bieden aan de bewoners die geen eigenaar zijn van de in der minne verkregen goederen, of die, in geval van onteigening, geen recht op een vergoeding hebben.
De GOMB is hiertoe gemachtigd om overeenkomsten te sluiten met een openbare vastgoedmaatschappij, een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, het Woningfonds, een gemeente of elke vereniging zonder winstoogmerk of vennootschap met sociaal oogmerk waarvan het doel erin bestaat woningen aan personen met een bescheiden inkomen of die zich in een onzekere sociale situatie bevinden ter beschikking te stellen.
De in het eerste lid bedoelde personen kunnen in dat verband voorrang granieten bij hè toekennen van woningen die beheerd worden door een openbare vastgoedmaatschappij, een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, het Woningfonds of een gemeente. De Regering kan de modaliteiten bepalen voor de uitoefening van deze vorming van toekenning.

HOOFDSTUK III. - Bestuur en werking.

Sectie 1. - De beheersovereenkomst.

Art. 9. De Regering en de GOMB sluiten een beheerscontract af die de volgende aangelegenheden tot voorwerp heeft :

  1. de doelstellingen opgelegd aan de partijen, meer bepaald inzake:
    • het economische en financieel kader van het beleid van economische ontwikkeling en stadsvernieuwing;
    • het vermogensbeleid;
    • de arbitrage op het vlak van de begroting inzake:
      • de betaling van de schulden aangegaan om verrichtingen van stadsvernieuwing tot een goed einde te brengen;
      • de nieuwe investeringen;
      • de bestemming van de eventuele opbrengsten van de verrichtingen;
    • de modaliteiten van haar financieel beleide
  2. de gewestelijke betoelaging;
  3. de evaluatiemechanismen en evaluatiecriteria van het gevoerd beleid betreffende de verwezenlijking van de doelstellingen van de GOMB en met name de controle en de beheersing van de kostprijs van de projecten van economische expansie en van stadsvernieuwing die moeten worden uitgevoerd;
  4. de algemene voorwaarden van eik soort overeenkomst die de GOMB verbindt met andere rechtspersonen voor de verwezenlijking van haar opdrachten; deze voorwaarden betreffen met name:
    • de selectiemechanismen en selectiecriteria van de handelsvennootschappen in hun hoedanigheid als oprichter of vennoot van de gemengde ondernemingen;
    • de procedures voor de controle van de acties van de gemengde ondernemingen;
  5. de sancties wanneer een van de partijen haar verbintenissen niet of slecht naleeft;
  6. de voorwaarden tot herziening van de overeenkomst.

Art. 10. Het beheerscontract regelt eveneens de werking van de algemene diensten, de doelstellingen welke hen worden opgelegd alsook hun controle en beoordeling.

Art. 11. Het beheerscontract wordt ter informatie medegedeeld aan de Brusselse Hoofdstedelijke Raad zodra het door de partijen is afgesloten.
Het heeft een maximumduur van vijf jaar en is hernieuwbaar.
Bij gebrek aan een beheerscontract is de Regering gemachtigd om de in artikel 9, 1° tot 5° opgesomde aangelegenheden ten voorlopige titel te regelen.

Afdeling 2. - De bestuursorganen.

Art. 12. De bestuursorganen van de GOMB zijn de algemene vergadering en de raad van bestuur.
 De raad van bestuur kan aan de voorzitter en de gedelegeerd bestuurder of andere bestuurders die hij bepaalt bevoegdheden delegeren.
 De statuten bepalen samenstelling en de werkwijze van de bestuursorganen. Ze waarborgen de vertegenwoordiging van de gemeenten en de representatieve organisaties van werkgevers en werknemers in de bestuursorganen.

Onder afdeling 1. - De algemene vergadering

Art. 13. Kunnen geen lid zijn van de algemene vergadering: de leden van de organen tot uitvoering van het economisch beleid of het beleid inzake ruimtelijke ordening en stadsvernieuwing van een ander Gewest.
Een lid van de algemene vergadering verliest deze hoedanigheid zodra:

  1. hij het voorwerp uitmaakt van een overeenkomstig de artikelen 31 tot 34 van het Strafwetboek uitgesproken verbod;
  2. hij zijn burgerlijke en of politieke rechten verliest.

Ingeval een lid van de algemene vergadering die het Gewest vertegenwoordigt overlijdt, ontslag neemt of vertrekt omwille van om het even welke andere reden, gaat de Regering onmiddellijk over tot de aanduiding van een nieuw lid dat het lopend mandaat zal voltooien.

Onderafdeling 2. - De raad van bestuur.

Art. 14.

§ 1. De raad van bestuur beraadt zich over de keuzen betredende de in de artikelen 4 en 5 bepaalde opdrachten van economische ontwikkeling en stadsvernieuwing. Hij verzekert het bestuur van de algemene diensten.
 De raad van bestuur bepaald het organiek personeelskader alsmede het administratief en geldelijk statuut van het personeel.
§ 2. De leden van de raad van bestuur die het Gewest vertegenwoordigen worden aangesteld door de Regering. De vertegenwoordigers van de gemeenten, enerzijds, en de vertegenwoordigers van de representatieve organisaties van werkgevers en werknemers, anderzijds, worden door hun respectievelijke groepen in de algemene vergadering aangesteld.
 De bestuurders die het Gewest vertegenwoordigen kunnen te allen tijde door de Regering worden afgezet
 De bestuurders die werden aangesteld door de algemene vergadering en die hetzij de gemeenten, hetzij de representatieve organisaties van de werkgevers en werknemers vertegenwoordigen, kunnen enkel op voorstel van hun respectievelijke groep in de algemene vergadering worden afgezet.
 Hun mandaat verstrijkt op hetzelfde ogenblik als dat van de leden van de algemene vergadering, en is hernieuwbaar.
 De voorwaarden van onverzoenbaarheid of van verlies van de hoedanigheid van lid van de algemene vergadering zijn toepasselijk op het mandaat van bestuurder.
 De bezoldigingen en vergoedingen van de bestuurders worden vastgesteld door de algemene vergadering en zijn ten laste van de GOMB.
§ 3. De raad van bestuur richt een financieel comité op met als taak de raad van bestuur bij te staan in zijn opdracht van toezicht inzake het financieel beheer zowel van de GOMB als van de vennootschappen waarvan ze aandeelhouder is.
 Het financieel comité kan alle stukken en informatie opeisen en alle onderzoeken verrichten die hem noodzakelijk lijken voor de vervulling van zijn opdracht.
 Het financieel comité legt driemaandelijks aan de raad van bestuur een verslag voor waarin het wijst op eventuele zwakheden en gebreken en waarin het aanbevelingen formuleert om de situatie te verbeteren.
 Het moet eveneens toezien op de goede werking van de interne controle en van de procedures die noodzakelijk zijn voor een goed financieel, budgettair en boekhoudkundig beheer.
 Het financieel comité is samengesteld uit de voorzitter, de gedelegeerd bestuurder, drie bestuurders, de ambtenaren-generaal, de bedrijfsrevisor, de gemachtigde van de Minister van Begroting en de Regeringscommissarissen. Het comité kan op zijn vergadering alle persona uitnodigen die hem nuttig lijken.

Art. 15.

§ 1. Het is de leden van de raad van bestuur verboden :

  1. aanwezig te zijn tijdens beraadslagingen en stemmingen over aangelegenheden waarin zij een rechtstreeks belang hebben, hetzij persoonlijk, hetzij als zaakgelastigde voor en na hun aanduiding, of waarbij hun bloed- en aanverwanten tot en met de vierde graad een persoonlijk en rechtstreeks belang hebben;
  2. rechtstreeks of onrechtstreeks deel te hebben in om het even welke opdracht afgesloten met de GOMB;
  3. op te treden als advocaat, notaris of zaakgelastigde in rechtsgedingen die tegen de GOMB worden ingespannen. Ze mogen in die hoedanigheid niet pleiten, adviezen verstrekken of enige betwiste zaak volgen in het belang van de maatschappij.

§ 2. Indien een lid van de raad van bestuur handelt in strijd met de in § 1 van dit artikel vermelde verbodsbepalinga4 dan wordt hij door de Regering afgezet op voorstel van de algemene vergadering of van de raad van bestuur of op eigen initiatief.
De Regering doet uitspraak bij wijze van een gemotiveerde beslissing na de belanghebbende en diens verdedigingsmiddelen te hebben gehoord.

Art. 16. De voorzitter en de gedelegeerd bestuurder worden door de Regering aangeduid onder de leden van de raad van bestuur.
De bezoldigingen en vergoedingen van de voorzitter en de gedelegeerd bestuurder worden vastgesteld door de algemene vergadering en zijn ten laste van de GOMB.
De voorzitter en de gedelegeerd bestuurder zijn ambtshalve ontslagnemend indien zij hun hoedanigheid van lid van de raad van bestuur verliezen.

Onderafdeling 3. - Delegatie van bevoegdheden.

Art. 17. Overeenkomstig artikel 12, 2de lid mag de raad van bestuur, onder leiding van de voorzitter en de gedelegeerd bestuurder, aan een of meerdere van zijn leden in functie van hun bekwaamheden en ervaring bevoegdheden toevertrouwen om de opdrachten van economische ontwikkeling en deze van stadsvernieuwing op onderscheiden wijze te vervullen, zowel budgettair als technisch.
De daden van de gedelegeerde personen zijn onderworpen aan het toezicht van het financieel comité.
De raad van bestuur beschikt ten opzichte van hen over een injunctie- en evocatierecht onder andere inzake beslissingen:

  1. die afwijken van de strategische keuzen waarover is beraadslaagd in de raad van bestuur;
  2. die het begrotings- en financieel evenwicht in het gedrang kunnen brengen;
  3. of die materies betreffen die niet het voorwerp uitmaken van de delegatie of zorgen voor een conflictsituatie tussen de gedelegeerde personen.

HOOFDSTUK IV. - Financiële middelen.

Art. 18.

§ 1. De GOMB beschikt over de volgende financiële middelen om haar opdrachten te vervullen:

  • eigen middelen;
  • inkomsten verworven in het kader van haar opdrachten van economische ontwikkeling en stadsvernieuwing;
  • het kapitaal van de aangegane leningen;
  • jaarlijkse werkingssubsidies verleend per opdracht;
  • projectsubsidies voor bijzondere projecten verleend in het kader van elke opdracht;
  • subsidies verleend voor specifieke opdrachten overeenkomstig artikel 6.

 De financiële middelen worden op strikte wijze verdeeld per opdracht; elke departement draagt evenwel bij tot de financiering van de algemene diensten, overeenkomstig de vooraf bepaalde verdeelsleutels.

§ 2. De GOMB kan geen leningen aangaan dan met het voorafgaand akkoord van de Minister bevoegd voor Financiën.
 De Regering kan de gewestwaarborg verlenen aan deze leningen binnen de perken van hel betrokken artikel van de ordonnantie houdende de Algemene Uitgavenbegroting van hel Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Art. 19. De financiële middelen bestemd voor de financiering van de economische opdrachten zullen worden verstrekt tegen de voorwaarden onderhandeld in het beheerscontract bedoeld in artikel 9, en vastgesteld door de Regering.


Art. 20.

§ 1. De financiële middelen bestemd voor de financiering van de opdracht inzake stadsvernieuwing bedoeld in artikel 5, § 1, zullen worden verstrekt tegen de voorwaarden bepaald in het beheerscontract.
§ 2. De Regering kent aan de GOMB subsidies toe voor de financiering van haar in artikel 5, § 1, bedoelde opdracht inzake stadsvernieuwing, en in het bijzonder voor de bouw van woningen die:

  1. bestemd zijn voor verkoop of verhuur tegen een door de Regering bepaalde prijs maar die in geen geval de GOMB mag toelaten om winst te maken op de investeringen verricht om voornoemde woningen ter beschikking te stellen van derden;
  2. rechtstreeks of door tussenkomst van een rechtspersoon toegankelijk zijn voor natuurlijke personen die voldoen aan de door de Regering vastgestelde voorwaarden. Deze voorwaarden betreffen de woonplaats, de inkomsten en de onroerende eigendommen van voornoemde natuurlijke personen evenals de verplichting voor de betrokkenen om tijdens een bepaalde termijn te voldoen aan regels met betrekking tot de vervreemding of verhuring van het onroerend goed.
  3. die gelijkgesteld worden met sociale woningen, zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid van de ordonnantie van 9 september 1993 houdende de wijziging van de huisvestingscode voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en Betreffende de sector van de sociale huisvesting.

De woningen moeten gebouwd worden in gebieden waar een tekort aan woningbouw vastgesteld wordt en die gekenmerkt zijn hetzij door een sterk verval van het gebouwenpatrimoninnr4 hetzij door de aanwezigheid van onbebouwde gronden die herverkaveld moeten worden of bouwrijp moeten gemaakt worden.
De personen die een woning kopen of ze na aankoop vervreemden of verhuren zonder de in 2° gestelde voorwaarden in acht te nemen moeten aan het Gewest het gedeelte van de projectsubsidie bestemd voor de desbetreffende woning, terugbetalen, vermeerderd met de wettelijke interest, berekend vanaf de datum waarop de authentieke koopakte is verleden.
Bij de uitvoering van deze opdracht, die erin bestaat woningen tot stand te brengen onder de eerder gestelde voorwaarden wordt de GOMB als een gewestelijke huisvestingsmaatschappij beschouwd en worden de in artikel 21, § 2, van deze ordonnantie bedoelde ondernemingen als erkende ondernemingen beschouwd.
§ 3. De verleende subsidies dienen uitsluitend aangewend te worden voor woningbouwprojecten die zijn opgenomen in een meerjarig investeringsplan dat is goedgekeurd door de Regering en voldoet aan de door haar vastgestelde modaliteiten.
 Dit plan moet het budgettair evenwicht van de projecten waarborgen, op grond van de verleende subsidies en de ontvangsten die zij opleveren.
 Het meerjarenplan bepaalt:

  1. de projecten voor woningen waarvan de bouw aangevat moet worden binnen drie jaar na de aanneming ervan. Deze termijn kan door de Regering verlengd worden maar mag nooit meer dan vijf jaar bedragen;
  2. de juridische middelen die voor elk project aangewend zullen worden met inbegrip voor het voorstellen van een vervangingswoning bij onteigening aan bewoners die geen eigenaar zijn;
  3. de uiterste data voor de verwezenlijking van elk project;
  4. de modaliteiten voor de financiering van elk project en met name de opgave van de te verwachten ontvangsten en van de vereiste subsidies;
  5. de perimeter voor de tussenkomst van de GOMB, dit wil zeggen het geografisch gebied rond de plaatsen waar de GOMB projecten van stadsvernieuwing verwezenlijkt en waarbinnen de begrotingsmiddelen waarover het Gewest beschikt of die het onder de vorm van subsidies ter beschikking stelt van personen met het oog op de sanering van de woongelegenheid in Brussel, bij voorkeur moeten worden aangewend.

Bij overschrijving van de in het meerjarenplan conform het in 3° vermelde termijnen, moeten de ongebruikte subsidies terugbetaald worden, en worden de verworven goederen desgevallend kosteloos overgedragen aan het Gewest.
De in de deze paragraaf vervatte regels hebben betrekking op de subsidies die overeenkomstig paragraaf 2 voor bijzondere projecten toegekend worden.
§ 4. Ingeval de opgelegde voorwaarden aan de bouwmeester na afloop van de procedure voor het bekomen van de nodige administratieve toelatingen het financieel evenwicht van een project in gevaar brengen of de verwezenlijking van andere projecten die in het meerjarenplan zijn opgenomen in gedrang brengen dan wordt het project opgegeven en uit het meerjarenplan geschrapt.
§ 5. De verleende subsidies kunnen eveneens worden bestemd voor opdrachten die door de Regering gedelegeerd zijn overeenkomstig artikel 6.

Art. 21.

§ 1. De GOMB kan overeenkomsten sluiten met derden voor de vervulling van de in de artikelen 4 en 5, § 1 bedoelde opdrachten inzake economische ontwikkeling en stadsvernieuwing.
§ 2. De GOMB mag handelsondernemingen oprichten er kapitaalparticipaties in nemen of samen met derden deelnemen aan vastgoedoperaties, waarbij ze, met de toestemming van de Regering, gebruik maakt van de in de artikelen19 en 20 bedoelde subsidies.
 Elk van deze ondernemingen legt, door bemiddeling Van baar bestuurders in hun schoot aangesteld op voordracht van de GOMB, periodiek een verslag voor aan het overeenkomstig artikel 14, § 3, opgericht financieel comité dat, informatie bevat over de evaluatie van de juridische en financiële structuur van haar aandeelhouders, evenals een activiteitenverslag over de projecten waarvoor de onderneming is opgericht.

HOOFDSTUK V. - Administratief toezicht.

Art. 22.

§ 1. De GOMB is onderworpen aan de controlebevoegdheid van de Regering.
Deze controle wordt uitgeoefend door bemiddeling van twee Regeringscommissarissen die tot een verschillende taalrol behoren.
De Regering stelt de bezoldiging van de commissarissen vast, welke ten laste van de GOMB komt.
§ 2. Elk Regeringscommissaris waakt over de naleving van de wetten en reglementen die van toepassing zijn op de uitoefening van de in de artikelen 3 tot 6 bedoelde opdrachten, van het beheerscontract en van het in artikel 20, § 3, bedoelde meerjarig investeringsplan, van de statuten, de organisatie en werking van de GOMB.
Hij ziet erop toe dat het gevoerd beleid van de GOMB dat niet wordt gefinancierd door middel van subsidies de uitvoering van de projecten waarvoor subsidies zijn valeend niet in de weg staat.
Hij geeft zijn mening over de gedelegeerde opdrachten die de gemeenten aan de GOMB hebben toevertrouwd.
§ 3. Elk Regeringscommissaris wordt uitgenodigd voor alle vergaderingen van de beheersorganen van de GOMB, en heeft er een raadgevende stem. Hij mag te alla tijde door bemiddeling van de voorzitter en de afgevaardigd bestuurder kennis nemen van de boeken, de briefwisseling, de processen-verbaal en over het algemeen van alle documenten en alle geschriften van de GOMB die betrekking hebben op de uitoefening van de in de artikelen 3 tot 6 bedoelde opdrachten.
Hij kan van de bestuurders, de ambtenaren en de aangestelden van de GOMB alle uitleg of informatie vorderen en overgaan tot alle controles die hem noodzakelijk lijken bij de uitvoering van zijn mandaat.

Art. 23. Elk Regeringscommissaris kan binnen een termijn van vier dagen beroep aantekenen bij de Regering tegen elke beslissing die hij in strijd acht met de weten en reglementen, met de statuten, met het beheerscontract en met het meerjarig investeringsplan of waaraan hij oordeelt dat deze de uitvoering van de gesubsidieerde opdrachten in gevaar kunnen brengen.
Hij richt een afschrift van zijn beroep aan de GOMB.
Deze termijn gaat in op de dag van de vergadering tijdens dewelke de beslissing is genomen, voor zover de Regeringscommissaris op regelmatige wijze werd opgeroepen of, in het tegenovergestelde geval, op de dag waarop hij er kennis van heeft gekregen.
Dit beroep is opschortend.
Indien de Regering binnen een termijn van vijftien dagen die ingaat op dezelfde dag als de in het derde lid bedoelde dag deze beslissing niet nijdig heeft verklaard, dan wordt de beslissing definitief.
Zijn uitgesloten de zondagen zaterdagen en wettelijke feestdagen.

Art. 24. De Regering of elke Regeringscommissaris, die te dien einde gemachtigd wordt, kan het bevoegde beheersorgaan oproepen om binnen de maand te beraadslagen over elke aangelegenheid die hij bepaalt.

Art. 25. Op voorstel van de Minister van Begroting benoemt de Regering een gemachtigde onder de inspecteurs van financiën. Deze oefent zijn controle uit op alle beslissingen die een financiële en begrotingsweerslag hebben, volgens de nadere regels bepaald in de artikelen 22, 23 en 24.
De inspecteur financiën, benoemd op voordracht van de Minister van Begroting, oefent zijn toezicht uit samen met de Regeringscommissarissen wanneer de beslissing een budgettaire of financiële weerslag heeft of zou kunnen hebben.
De inspecteur van financiën is belast met het toezicht op de naleving van de begrotingsnormen die van toepassing zijn op de GOMB ongeacht de opdracht die uitgevoerd wordt en ongeacht de grondslag ervan.
De inspecteur van financiën moet zich in alle gevallen op de Minister van Begroting beroepen.
De Minister van Begroting is bevoegd om de beslissing te vernietigen waartegen een beroep wordt ingediend.

HOOFDSTUK Vl. - Andere bepaling.

Art. 26. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest geschiedt de terugkoop van gronden en gebouwen die het voorwerp uitmaakt van artikel 32, § 1, alinea 2.2 van de wet van 30 december 1970 betreffende de economische expansie, tegen de vigerende prijzen van de vastgoedmarkt. Deze prijs mag in geen geval hoger liggen dan deze die door het aankoopcomité van onroerende goederen of door de ontvanger der registratie bepaald wordt.

HOOFDSTUK VII. - Opheffen, overgangs- en slotbepalingen.

Art. 27. Artikel 15 van de wet van 15 juli 1970 houdende organisatie van de planning en de economische decentralisatie, gewijzigd bij de wet van 30 maart 1976, wordt opgeheven.
 In artikel 3, tweede lid, van de ordonnantie van 9 september 1993 houdende wijziging van de huisvestingscode voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en betreffende de sector van de sociale huisvesting, voor de woorden " natuurlijke personen ", de woorden " rechtspersonen of " in te voegen.

Art. 28. De rechten en verplichtingen van de GOMB maken het voorwerp uit van een samenvattende inventaris die bevat:

  1. de fysieke inventaris van het vastgoedbezit;
  2. de fysieke inventaris van het roerend bezit;
  3. de lijst van de participaties in ondernemingen en verenigingen, vergezeld van een financiële evaluatie;
  4. de lijst van de aangegane leningen, met opgave van de rentevoeten en vervaldatum, evenals de eventuele waarborgen die erin zijn voorzien;
  5. een overzicht van de toestand van de thesaurie;
  6. de inventaris van de lopende betwiste zaken.

Deze inventaris wordt ten laatste zes maanden na de inwerkingtreding van deze ordonnantie opgesteld en gecontroleerd door de bedrijfsrevisor en ter informatie aan de Regering bezorgd.

Art. 29. De bepalingen van de statuten van de GOMB die onverenigbaar zijn met de bepalingen van deze ordonnantie houden op uitwerking te hebben vanaf de inwerkingtreding van deze laatste.
De statuten moeten binnen zes maanden na de inwerkingtreding van deze ordonnantie, met deze laatste in overeenstemming worden gebracht.
De leden van de bestuursorganen van de GOMB zetten de uitoefening van hun mandaat voort tot de installatie van de nieuwe bestuursorganen die door deze ordonnantie zijn voorzien.

Art. 30. De bestaande gemengde ondernemingen moeten binnen zes maanden na de inwerkingtreding van deze ordonnantie een verslag opstellen, overeenkomstig artikel 21, § 2.

Art. 31. Deze ordonnantie treedt in werking op de datum vastgesteld door de Regering en ten laatste op 31 mei 1999.

Kondigen deze ordonnantie af, bevelen dat ze in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 20 mei 1999.
De Minister-Voorzitter van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Werkgelegenheid, Huisvesting en Monumenten en Landschappen,
Ch. PICQUE
De Minister van Economie, Financiën, Begroting, Energie en Externe Betrekkingen,
J. CHABERT
De Minister van Ruimtelijke Ordening, Openbare Werken en Vervoer,
H. HASQUIN
De Minister van Openbaar Ambt, Buitenlandse Handel, Wetenschappelijk Onderzoek, Brandbestrijding en Dringende Medische Hup,
R. GRIJP
De Minister van Leefmilieu en Waterbeleid, Renovatie, Natuurbehoud en Openbare Netheid,
D. GOSUIN